Gedragscode vrijwilligers  DSG de Sluis

Deze gedragscode is in inhoudelijk identiek aan de gedragscode voor vrijwilligers die deel uitmaakt van het convenant van 29 oktober 2011 tussen de Dienst Geestelijke Verzorging van de Dienst Justitiële lnrichtingen  van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de Vereniging Samenwerkingsverband Exodus Nederland

 

Algemeen

Een recente Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en een ondertekend vrijwilligerscontract zijn vereist voor de vrijwilliger, en ook wordt van de vrijwilliger verwacht dat men kennis heeft genomen van deze gedragscode.

Binnen noemen wij het vrijwilligerswerk bezoekwerk/inzorg, en hierbij kan men in groepsverband (kerkviering, gespreksgroep, ouder-kind activiteit, etc) of in een één-op-één-situatie (bezoekwerk) met gedetineerden in contact komen.

Activiteiten buiten de inrichting noemen wij nazorg. Hierbij kan men ex-gedetineerden ondersteunen die denken het nog niet alleen te kunnen redden. Wat ook hiertoe gerekend wordt is de hulp aan relaties van ex-gedetineerden, zoals o.a. aan partners en ouders.

 

Uitgangspunten

Vrijwilligershulp in de inrichtingen heeft de volgende kenmerken:

  • De te bieden hulp is hulp die ‘professionals’ (instanties of personen) niet kunnen, willen of mogen bieden.
  • De vrijwilligers vervullen geen werkzaamheden welke tot de kerntaken van de Geestelijk Verzorger gerekend worden
  • Nazorg heeft vaak pas echt zin als er een ‘vorm van relatie’ opgebouwd is. Daarom wordt het bezoek, gebracht enkele keren voor een gedetineerde vrijkomt en

daarna nazorg ontvangt, niet als bezoekwerk gezien, maar als voorbereiding van de komende nazorg.

  • Voor iedere vrijwilliger geldt de geheimhoudingsplicht van wat hem of haar tijdens de activiteiten ter ore komt. Bij zaken die de orde en veiligheid in en rond de inrichting betreffen en delicate onderwerpen die hem of haar gemeld worden, zal de vrijwilliger dit direct met de GV kortsluiten. Want, het moet wel besproken worden!
  • Het is altijd ‘helpen met de handen op de rug’. De vrijwilliger is geen boodschappenmeisje, privéchauffeur of suikeroom. Het gaat om het aanwezig zijn voor de ander. Het is dus immateriële hulp.

Kaders

Vrijwilligers werken in een bepaalde situatie, een kader met afspraken en regels, waaraan óók  de vrijwilligers zich dienen te houden.

Er zijn regels voorgeschreven door :  

  • het Ministerie van Veiligheid en Justitie (MvVJ)
  • de Justitiële Inrichting en andere disciplines binnen de PI, als GV en MMD
  • DSG de Sluis i.s.m. Exodus Nederland

 

Regels bij bezoekwerk/inzorg

1.Voorgeschreven door de inrichting

Daar Justitiële  Inrichtingen onderling erg verschillen zijn ook de regels niet uniform. Ter plaatse zullen door de lokale vrijwilligersgroep de specifieke regels besproken worden, vaak via de inbreng van de justitiepastor of de gevangenispredikant, maar bij goede samenwerking kan het ook iemand van het maatschappelijk werk(MMD) zijn.

Algemeen geldende regels voor vrijwilligers:

  • Men werkt onder verantwoordelijkheid van de GV. De directie van de inrichting is dus geen directe gesprekspartner voor de vrijwilligers.
  • Als men binnen de inrichting contacten heeft met gedetineerden, dan mag men buiten de inrichting (in welk verband dan ook) geen contact onderhouden met relaties van een ieder die gedetineerd is, bewoners van een Exodushuis of exgedetineerden. De directie van een inrichting kan eventueel bepalen dat van deze regel wordt afgeweken.
  • Heeft de vrijwilliger familieleden of bekenden die ter plekke gedetineerd zijn, dan kan men geen bezoek-/inzorgvrijwilliger zijn.
  • Men mag nooit spullen voor een gedetineerde van buiten meenemen naar binnen of van een gedetineerde meenemen naar buiten, dus ook geen post. – Behalve de voornaam is het niet toegestaan meer gegevens van zichzelf in contact met gedetineerden te geven. Dus (o.a.) geen achternaam, adres of telefoonnummer.

 

2. Voorgeschreven door de GV

 2a. Bezoeken van kerkdiensten.

Basisregel is dat de vrijwilliger er mede voor zorgt dat iedere bezoeker van de samenkomst het zo goed mogelijk naar de zin heeft. Dit houdt in dat men vriendelijk is, helpt bij eventuele voorbereidingen voor de dienst, assisteert bij het schenken van koffie en/of thee en altijd een luisterend oor heeft.

De ervaring van veel GV-ers heeft ertoe geleid dat er van het bovenstaande wat afgeleide regels zijn ontstaan:

  • vraag nooit naar het delict;
  • probeer je aandacht over meerdere personen te verdelen;
  • probeer niet te moraliseren in je contacten;
  • laat je nooit geheimen vertellen, maar meld meteen dat je ‘het’ ook aan de GV behoort te melden;
  • beloof niets voor ná de detentie, maar geef in zo’n geval aan dat je best een verzoek wilt overbrengen aan de GV.

2b. Bezoeken van gespreksgroepen

Bij het groepsgesprek dat de GV in sommige inrichtingen voor gedetineerden organiseert zijn vaak enkele vrijwilligers aanwezig. Daar de opzet van het gesprek is dat iedere gedetineerde zich durft te uiten en dat men leert om met respect met elkaar om te gaan, zijn de regels voor de vrijwilliger eigenlijk identiek aan de regels zoals beschreven bij de kerkvrijwilligers.

 

2c. Één op één bezoek van gedetineerde

Bij het bezoek van een vrijwilliger aan een gedetineerde wordt er in dit document van uitgegaan dat bij een eerste bezoek één van de Geestelijk Verzorgers  aanwezig is, waarna de vrijwilliger bij volgende bezoeken een één-op-ééncontact heeft.

Normaal gesproken wordt zo’n bezoekcontact gestart omdat daar bij de gedetineerde behoefte aan is.

Er zal dus een specifieke hulpvraag zijn, bijvoorbeeld praten over het verleden, adviezen krijgen voor na de vrijlating, doorpraten over geloofs- en zingevingvraagstukken enzovoort.   Basisregels zijn hierbij:

  • zorg ervoor dat er contact kan zijn met derden (bijv. door de deur niet te sluiten) of overleg met de GV  hoe jouw veiligheid gewaarborgd   is;
  • blijf tijdens je bezoek bij de hulpvraag en stuur bij afwijking ervan daar weer tactisch naar terug;
  • blijkt de oorspronkelijke hulpvraag niet meer van belang te zijn, bespreek dit dan met de verwijzer;
  • hanteer de regels zoals die bij de regels van de inrichting zijn omschreven, met name die betreffende de privacy;
  • bevestig nooit negatieve uitspraken van je gesprekspartner, zeker wanneer dat familieleden betreft. De praktijk heeft uitgewezen dat dit veelal als negatief   wordt ervaren en een breuk in de vertrouwensband tot gevolg kan hebben.

 

3. Voorgeschreven door De Sluis (i.s.m. Exodus)

Alle hierboven genoemde regels worden onverkort door De Sluis overgenomen. Daarnaast geldt voor alle bezoek- en inzorgvrijwilligers Van De Sluis nog het volgende:

  • houd je altijd aan je afspraken, zowel met de verwijzers binnen de inrichting als met de gedetineerden;
  • als er een of meerdere keren per jaar een vrijwilligersavond vanuit de inrichting of door de GV wordt belegd, behoor je daar bij aanwezig te
  • ieder probleem bij deze contacten moet aan de GV gemeld worden, zo mogelijk direct; neem het probleem nooit mee naar huis;
  • zorg dat afstand en nabijheid bij deze contacten in evenwicht blijven;
  • bij twijfel of je iets goed of wellicht niet goed gedaan of gezegd hebt, leg je het voor aan de GV.

 

3a. Documenten van vrijwilligers

Van vrijwilligers dienen de volgende documenten op het kantoor van DSG de Sluis in Amsterdam aanwezig te zijn:

  • Een kopie van een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
  • Een door de vrijwilliger en door De Sluis ondertekend en door de justitiepredikant of de justitiepastor als gezien getekend  Een afschrift daarvan is in het bezit van de vrijwilliger zelf,  alsook in het bezit van de GV.3b.

 

3b. Kennis van gedragscode

Er wordt van iedere vrijwilliger verwacht dat hij of zij kennis genomen heeft van deze gedragscode. (Zie ook de opmerking hierover bij ‘Algemeen’). Daarnaast zal (een deel van) de gedragscode aan de orde gesteld worden op een van de vrijwilligersbijeenkomsten.

3c. Schrijfcontact

Soms komt het verzoek binnen of een vrijwilliger wil corresponderen met een (vaak lang vastzittende) gedetineerde, dus een schrijfcontact wil aangaan. Als zo’n schrijfcontact tot stand komt, gebeurt dit altijd in nauw overleg met degene die deze hulp aanvraagt.

Regels van Exodus hierbij zijn:

  1. De vrijwilliger gebruikt alleen een voornaam, desgewenst een pseudoniem.
  2. Voornaam (of pseudoniem), eigen adres en naam van de gedetineerde worden door de vrijwilliger aan de Sector V&K van Exodus gemeld.
  3. De gedetineerde stuurt zijn brief naar het Exoduskantoor, Sector V&K in Daar zal men de brief doorsturen naar de vrijwilliger.
  4. De vrijwilliger kan zijn/haar brief rechtstreeks aan de gedetineerde sturen, natuurlijk zonder een afzender in te vullen.

Men moet zich bij zo’n schrijfcontact altijd realiseren dat zowel de brief van de gedetineerde als die van de vrijwilliger gelezen kan worden door een personeelslid van de inrichting.